Nederland heeft zichzelf ambitieuze doelen gesteld op het gebied van technologische innovatie, energietransitie en productiviteitsgroei tot 2035. Die doelen zijn alleen haalbaar als er voldoende internationaal technisch talent bereid is om hier naartoe te komen en te blijven. Dat maakt het de moeite waard om bij elk Prinsjesdag te kijken of het fiscale beleid dat verhaal ondersteunt of ondermijnt.
Op 15 september 2026 presenteerde het kabinet het Belastingplan 2027. De vraag bij dit Belastingplan: houden we bij het aantrekken van dat talent ook in de gaten hoe Nederland zichzelf in de markt zet? Bedrijven die geloven in wat Nederland te bieden heeft, trekken andere mensen aan dan bedrijven die alleen de fiscale regels doorsturen. Dat is een overweging voor zowel beleidsmakers als werkgevers.
27% in 2027
Het kabinet verlaagt het forfaitaire percentage van de expatregeling definitief van 30% naar 27% per 1 januari 2027. Voor nieuwe gevallen en expats die al onder de regeling vallen, betekent dit een directe daling van het netto besteedbaar inkomen. Ook de inkomensgrens om voor de regeling in aanmerking te komen stijgt. Voor werknemers die de regeling al hadden in het laatste loontijdvak van 2023 geldt overgangsrecht: zij houden het 30%-tarief voor de volledige duur van hun beschikking. Wie na 1 januari 2024 is gestart, stapt volgend jaar over naar het lagere tarief.
De salarisnormen stijgen ook per 2027, maar dat is de jaarlijkse indexatie die elk jaar terugkomt. Geen nieuwe maatregel, maar wel een punt om in de gaten te houden als je de komende maanden een aanvraag doet.
Partiële buitenlandse belastingplicht: einde overgangsperiode
De optie voor partiële buitenlandse belastingplicht, waarmee expats voor box 2 en box 3 als buitenlands belastingplichtige werden behandeld, vervalt definitief per 1 januari 2027. Er is al een overgangsregeling van kracht voor wie de regeling gebruikte in het laatste loontijdvak van 2023, maar ook die loopt dan af. Na 2026 is er voor niemand nog een uitweg.
Voor expats met spaargeld, beleggingen of een aanmerkelijk belang in een buitenlandse onderneming kan dit een merkbare lastenverzwaring betekenen. Het is verstandig om dit vóór het jaareinde met hen te bespreken.
Box 3 wacht nog even
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is aangehouden. Het kabinet heeft nog geen definitieve keuze gemaakt over de richting van het nieuwe stelsel. De beoogde invoering per 1 januari 2028 staat op losse schroeven; er wordt gekeken naar een alternatief, waaronder een vermogenswinstbelasting waarbij pas bij verkoop wordt belast.
Voor expats met buitenlands vermogen blijft de huidige onzekerheid dus voorlopig bestaan. We houden de parlementaire behandeling bij.
Personeelskorting voortaan via de vrije ruimte
Kleine maar relevante wijziging voor HR: de aparte fiscale vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten verdwijnt per 1 januari 2027. Werknemers die nu belastingvrij korting krijgen op producten van hun werkgever, tot een maximum van 500 euro en 20% korting, kunnen dat voordeel nog wel genieten, maar dan via de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Als die ruimte al benut is, draag je als werkgever eindheffing af.
Voor hogere inkomens: pensioenaftop bevroren
Voor werknemers met een pensioengevend loon boven 137.800 euro wordt de aftoppingsgrens voor fiscaal aantrekkelijke pensioenopbouw van 2027 tot en met 2032 niet geïndexeerd. In de praktijk betekent dat een jaarlijkse verschraling van de fiscale ruimte voor pensioenopbouw aan de top. Als u mensen in dienst heeft op dit loonniveau, is het de moeite waard dit mee te nemen in de arbeidsvoorwaardenconversatie.
Aandelenopties voor startups en scale-ups
In het Belastingplan 2027 is de Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups opgenomen.
De kern is tweeledig. Ten eerste wordt het heffingsmoment uitgesteld tot het moment dat de werknemer de aandelen daadwerkelijk verkoopt. Dat lost het al langer bekende liquiditeitsprobleem op, waarbij werknemers belasting moesten betalen over aandelen die ze nog niet konden verzilveren. Ten tweede wordt slechts 65% van het verkoopvoordeel tot het belastbare loon gerekend, wat de effectieve druk terugbrengt naar een niveau vergelijkbaar met box 2.
De regeling gaat gelden voor ondernemingen met een officiële RVO-beschikking als start-up of scale-up, heeft een houdperiode van twee jaar en is niet van toepassing als er al sprake is van een aanmerkelijk belang.
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027.
Voor internationale techbedrijven en scale-ups die talent aantrekken met een combinatie van loon en aandelenopties is dit een welkome ontwikkeling, en een nieuw argument in het gesprek over Nederland als vestigingsplaats.
Wat dit samen zegt
De aandelenoptieregeling voor startups is een stap in de goede richting. Maar als je de ontwikkelingen naast elkaar legt, sturen ze geen eenduidig signaal: een verlaging van 30% naar 27%, het definitieve einde van de partiële buitenlandse belastingplicht en hogere administratieve drempels aan de ene kant, een nieuwe stimuleringsregeling voor scale-ups aan de andere. Fiscaal zijn er argumenten voor elk van deze keuzes. Als verhaal richting internationaal talent is het minder coherent.
Peter Wennink, voormalig topman van ASML, trok in zijn rapport De route naar toekomstige welvaart (december 2025, in opdracht van het kabinet) precies die lijn door. Zonder structurele keuzes op het gebied van internationaal talent, investering en vestigingsklimaat staat het Nederlandse verdienvermogen op de lange termijn onder druk. Hij noemde de versobering van de expatregeling expliciet als voorbeeld van beleid dat het aantrekken van kenniswerkers moeilijker maakt, terwijl Nederland dat talent hard nodig heeft.
De meeste wijzigingen gaan in per 1 januari 2027. Dat klinkt ver weg, maar het is maar een kwartaal. Wilt u weten wat de impact is voor uw specifieke situatie of voor een van uw medewerkers?
Neem contact op. We rekenen de financiële en administratieve gevolgen voor u door en zorgen dat uw organisatie klaar is voor de nieuwe regels.